Caroline van Brakel-'t Hart

‘Wat is ECHT?’, vroeg het Konijn op een dag, terwijl ze samen langs de kant van de kinderkamer lagen, voordat Nanny kwam om de kamer op te ruimen.Betekent het iets in je hebben dat zoemt en een hendel die uit je steekt?’
“Echt” is niet hoe je bent gemaakt’, zei het Kale Paard. ‘Het is iets dat je overkomt.
Als een kind erg, erg lang van je houdt, en niet alleen om met je te spelen, maar ECHT van je houdt, dan wordt je pas Echt.’

‘Doet het pijn?’, vroeg het Konijn.
‘Soms’, zei het Kale Paard, want hij was altijd oprecht. ‘Als je Echt bent, vindt je pijn niet erg’.
‘Gebeurt het in één keer, zoals mechanisch opgewonden worden’, vroeg hij, ‘of beetje bij beetje ?’
‘Het gebeurt niet allemaal in één keer’, zei het Kale Paard. ‘Je wordt het.
Het duurt erg lang. Daarom gebeurt het niet vaak met speelgoedjes die makkelijk kapot gaan, of scherpe randen hebben, of die voorzichtig bewaard moeten worden.
In het algemeen, tegen de tijd dat je Echt bent, is het grootste deel van je haar eraf geknuffeld, zijn je ogen uitgevallen, sta je wankel in je scharnieren en zie je er erg aftands uit.
Maar dat geeft allemaal niet, want als je eenmaal Echt bent kun je niet lelijk zijn, behalve voor mensen die het niet begrijpen’.

‘Ik neem aan dat jij echt bent?’, zei het Konijn. En toen wenste hij dat hij het niet had gezegd, want hij dacht dat het Kale Paard misschien erg gevoelig was.
Maar het Kale Paard glimlachte slechts.

‘De Oom van de Jongen heeft me Echt gemaakt’, zei hij. ‘Dat was een groot aantal jaren geleden; maar als je eenmaal Echt bent, kunt je niet meer Onecht worden.
Je blijft altijd Echt’.

Print Friendly